Brief van Moshe Cohen

Brief van mijn vader aan mijn moeder en mij, 2015 Oded Cohen

Tammuang 20/9/1945

Lieve Boeba en Boetska!

't is ½ 8 's morgens; we hebben net lekker ontbeten: brood, boter, jam, een spiegelei en koffie met melk en suiker. Dat is heel wat beter dan onder de Japs. Daar kregen we meestal in water gekookte rijstpap. Niet te eten. Thans is het eten heel goed. Bovendien hebben we geld gekregen, waardoor we van alles kunnen bijkopen. Mijn enige zorg is slechts, dat jullie het goed maken. Tot op dit ogenblik heb ik nog geen bericht, maar hoop spoedig iets te horen. Er is hier een beperkte hoeveelheid post uit Java aangekomen, maar voor mij was er niets bij. Ik wacht met naar Palestina schrijven tot ik iets van jou gehoord heb. Als ik nu zou schrijven zonder enig bericht over jullie, dan zouden ze zich maar ongerust maken. De Engelsen en Australiers hebben dit kamp verlaten en zijn op weg naar huis. Wij Hollanders zijn nog niet zo gelukkig en weten niet wanneer wij zullen gaan. We weten alleen dat geallieerde troepen op Java zijn geland. 't zal nog even duren voor de toestanden daar normaal zijn. Met mij gaat het goed. Ik heb weer malaria, maar van een lichte soort. We hebben nu wat meer bewegingsvrijheid. 's Middags ga ik meestal naar het plaatsje Tammuang, 20 minuten wandelen van hier. Daar heb je winkels en enkele restaurants, waar je bami en nasi goring kunt eten. Vanavond ga ik met mijn vriend Rollen naar Ranbury (+/- 15 km van hier) om in m'n oude kamp boeken (tanach en hebreeuws woordenboek) terug te halen. Door de Japs waren destijds alle boeken in beslag genomen. Nu kunnen we ze terugkrijgen. Een paar dagen geleden was het Jom Kippoer; voor Kol Nidrei konden we helaas geen minjan krijgen. In het vorige kamp Tjoengkai heb ik een tijdje hebreeuwse les gegeven aan een Australiese dominee. De engelse kapitein-tandarts, die een Jood is, leerde ons daarvoor een tefillah. Toen we in de jungle in Burma zaten, 100 km van een bewoonde plaats af, heb ik nog bij een kampvuur een causerie over Palestina gehouden. 150 km de rimboe in hebben we nog nieuws gehoord van een Burmees priester, die in een kano de rivier kwam afzakken. Toen hoorden we al (dat was in Maart 1945) tot onze grote vreugde, dat het met Duitsland misliep. Ziezo lieve twee, we hebben weer gezellig gekletst en het velletje papier is al bijna vol! Onze Odeedje zal wel al lezen kunnen. Als pappie terug is koopt hij een heleboel boeken en dan gaan pappie, mammie en Odeedje samen boeken lezen en plaatjes kijken en naar de bioscoop en een mooie bergtocht maken. Ja?

Weest beiden innig omhelsd door jullie man en vader

משה

 

Plaats een reactie