Brieven van mijn grootmoeder

Samengesteld door Marianne Bakker

Mijn grootmoeder: Marianne Roodschild, geboren 16 januari 1864.

Gehuwd met Benjamin van Gelder, geboren 19 oktober 1864.

Dochter van Lazarus Salomon Roodschild en Mathilde Hartog

Broers en zusters:

Salomon Lazarus Roodschild 1868-1932

Frederika Roodschild 1868 -1942 ( http://www.joodsmonument.nl/person/465582/nl )

Eva (Emma) Roodschild 1870-1942  ( http://www.joodsmonument.nl/person/467840/nl )

Rosalia Roodschild 1872 – 1943 ( http://www.joodsmonument.nl/person/467840 )

Meyer Hartog Roodschild 1874 - ?

Joseph Roodschild 1876 - ? (Argentinië)

Emmanuel (= Emile?) Roodschild 1878 – 1943  ( http://www.joodsmonument.nl/person/462511 )

 

Arnhem,  juni (1926) waarschijnlijk bestemd voor Singapore

Lieve Dètse,

Terwijl je je zuster, zwager en hun schatjes omhelst wil ik er ook bij zijn als “sechste im Bunde”. Kon ik jullie maar even bij elkaar zien! Nu krijg je een heerlijk tijdje en kunt wat uitrusten en bekomen van eventuele zeeziekte. In Batavia wacht Alice je weer, zalig, zoo allen terug te zien.

Vertel me alles van de kinderen, dan is ‘t, of ik erbij was. ’t Wordt op deze manier een echte plezierreis voor je. Nu nog een klein bootreisje en je bent op je plaats van bestemming, waar je, naar ik hoop, héél gelukkige jaren moogt slijten.

Dag lieveling, omhels allen voor me en ontvang zelf heel, heel veel zoenen

van je

Moeder

 

Arnhem, eind juni (1926)

Lieve schat,

Zooals niet de eerste, wil ik toch eene der eersten zijn, die je ‘t “welkom” op je geboortegrond toeroept. Ik heb je nooit gezegd, je nooit laten merken wat ’t voor me was, ook m’n laatste kind voor langen tijd van me te laten weggaan. Als ik  nu maar die satisfactie heb, dat jij je gelukkig gevoelt, dat Indië jou geeft, wat ik me ervan voorstel, dan was voor mij geen opoffering te groot. Ik zal je heel erg misßen, m’n lieve kind. Vergoed me dat door vele en opgewekte brieven. Maak me deelgenoot van alles, ook als je denkt, dat Indië niet het land is, waar jij bevredigd wordt. Je weet onze afspraak: mijn hart, m’n huis en m’n  - platte – beurs staan ten allen tijde voor je open.

Word zoo gelukkig, m’n kind, als het steeds voor je gewenscht heeft

je je zoo liefhebbende

Moeder

 

Arnhem, 1 Juli ‘26

Lieve Til en Han,                         

De meeste drukte is achter de rug: alle bagage is weg en gisteren waren Dee en ik naar Den Haag om de familie daar te groeten, naar Delft (Dee was woonachtig in Delft *) voor de pas en naar Rott. voor ’t Engelse visum en afscheidsbezoeken. Doodmoe kwamen we gisteravond om half 10 thuis. Nu doet Dee nog wat boodschappen, gaat hier nog bij enkele lui en overmorgen om 11 uur brengen Pa en ik haar naar Den Haag, waar ze Mies (Snethlage*) treft, die drie dagen meegaat naar Parijs en haar daarna naar Marseille brengt, evenals Julius (Cahen*) Misßchien komt ze wel tegelijk met dezen brief aan. Wat zal ik ’t stil krijgen! Voorloopig ga ik er maar eenige weken uit naar Den Haag en Alkmaar. Jullie koffie en jam zijn in ons bezit. Alles is fijn. Heel hartelijk nogmaals dank ervoor.

Maar nu geen pakken meer sturen: er komen van beide kanten te veel kosten op: ik betaalde ook nog ƒ 3.-

Met schrik las ik onder telegrammen dat er in Singapore ook een lichte aardbeving is geweest. Waren jullie erg ontdaan en wat zeiden de kinderen wel?

Tante Dee brengt wat voor ze mee van Grootmoeder, ’t volg. jaar hier krijgen ze veel meer. Dee en ik waren nog bij Mevr. van Zwanenberg, die voor Louky (haar dochter*) wat te bestellen had.

Nu kinderen, hoofd nòch hand staan naar schrijven, ‘k zal maar ophouden. Pa is nog steeds in Alkmaar tot de 18den.

Met groeten en zoenen voor allen je

Moeder

Als ik den eersten tijd wat ongeregeld schrijf komt dat door ’t reizen en trekken. Gelukkig zijn de spoortarieven met 20% verlaagd.

Tante Emma en Mevr. Metz gaan vandaag voor een tijdje naar Frankfort a/M.

Arnhem, 18 Juli ‘26

Liefste kinderen, (Dee en Alice*)

Nog steeds weet ik geen adres en zal jullie samen maar trachten te bereiken door middel van de K.P.M., dat lijkt me secuurder dan door ’t Dep. v. Ond.

Nu zitten jullie stellig al bij mekaar en ik voel me zoo eenzaam in dat groote huis, waar elk plekje me aan ons laatste samenzijn herinnert, Dee. ‘k Durf haast niet in je kamertje. Flauw hè? Ook ontrolt me menige traan bij ’t zien van dingen, die je achterliet, maar dat zal wel slijten, evengoed als ik erin moet berusten al mijn andere kinderen ver van me te weten. Als jullie maar gelukkig en tevreden zijn, dan komt ’t er voor mij niet op aan en dan heb ik toch altijd nog “de hoop” jullie allen beurt om beurt bij ons te zien. Veel brieven, veel brieven, dat is ’t eenige wat ik vraag.

À propos, Dèts, je schreef iets van een reçu en een tasch uit Parijs. Niets gezien hoor! Ik vroeg nu aan Miesje om inlichtingen. Je had dat ook niet moeten doen, ‘k had nog tasßchen genoeg en dubbel jammer als-ie weg is. Kun jij niet even een briefje naar dat magazijn schrijven?   Wat verlang ik naar je reisbrieven, vooral naar je verhalen over Singapore. Jou portretje, lieve Alice, is heel aardig. Ben je werkelijk zoo dik? Je hadt ’t prettig bij de Gunnings en nu tref je Stien weer. ‘k Hoop dat alles zal meevallen op B(atavi*)?. Prettig, dat je meisjesleerlingen krijgt.

Ik bleef 1 week bij t.Free (ze deed wel haar best) 1 week in de v.Bijlstr. Daar vloeien ze steeds over van hartelijkheid. Toen nog 2 d. naar Alkmaar, waar ik bij fam. Prins prettig logeerde en nu zitten we weer thuis en komen t.Emma en Mevr. Metz me eind der maand, na hun terugkeer uit Frankfurt, me een poosje gezelschap houden.

’t Is nu volop zomer, gloeiend heet, je zou je mantelpakje niet meer kunnen dragen, Dee. Kom, ’t is bustijd, dus maak ik ’t maar kort, ‘k wil dat er elke week wat gaat. Dag lieve kinderen, Pa staat op de brieven te wachten. Beiden innig en innig omhelsd door jullie

 Moeder

 

Brief van mijn Grootvader, Benjamin van Gelder

 

Arnhem, 18 juli 1926, 7 uur n.m.

 

Lieve Dee en Alice,

Wij zitten nu met ons beiden, heel rustig en stil in den tuin, maar ’t is nog een tropische temperatuur, en we kunnen ons dus zoo enigszins voorstellen hoe jullie het momenteel in de Roode Zee en Batavia hebben. Ma’s brief is al gepost; dus het voornaamste nieuws weten jullie al. Ik heb dus alleen maar een kleine aanvulling er bij te voegen. In de eerste plaats moet ik Alice nog feliciteeren met haar overplaatsing; van Singaradja (op Bali*) naar Batavia, het is een reuzeverandering. Wij hopen, dat de verwachtingen, die je ervan koesterde, alle verwezenlijkt mogen worden. In de tweede plaats dient deze ter begeleiding van den dop (niet top) der Mont Blanc. (Zoo ’n klein pietsie gletscher met daaraan verbonden luchttemperatuur, zou je waarschijnlijk ook niet onwelkom zijn). Ik heb er de pen zelf maar ook bijgedaan, en voeg er de boodschap bij, die ik ook had willen doen bij de uit Bos’ uitgescheurde kaart van Frankrijk, stuur ze maar weer terug, als je denkt er geen gebruik meer van te zullen maken, dan plak ik haar wel weer in, ter plaatse waar zulks behoort: Ik las niet in je brief uit Marseille of je er iets aan had.

Feitelijk moest ik eens een langen brief schrijven over mijn Alkmaarsche ervaringen, maar ik ben daarvoor vandaag nog te vermoeid in ’t hoofd. Bovendien heeft Ma jullie zeker wel de hoofdzaken van geschreven. Alkmaar is een prachtplaatsje met schitterende omgeving, ofschoon ik Arnhem prefereer. De school was zwaar, maar ’t werken dankbaar; en Vrijdag had ik een mooie rede in ontvangst te nemen, van den Directeur, in de klas, ook namens de leerlingen, voor mijn degelijk onderwijs, voorbeeldige orde, en groot aanpassingsvermogen; enz, enz. Nou, ik mocht mij er ook wel voor inspannen, al ging er heel wat af, aan reis en verblijfkosten, dat kon, want ik ontving voor arbeid van 18 Mei tot 17 Juli ƒ 745.- cash down.

Bij de fam. Prins, kwam ik bijna elken avond, en heb er den oudsten zoon, den pas gepromoveerden Mr Aaron Prins met succes spreekles gegeven. Twee keer was ik naar Bergen; tot de Zee, en Heilo kon ik het niet brengen, hoewel het zomertijd en dikwijls goed weer was. Over andere dingen schrijf ik later wel eens uitvoeriger. Met mijn beste wenschen voor jullie beiden, en veel succes in jullie werk, en een zoen van                      

Pa

P.S. Nou geloof ik toch, dat je je op ’t laatst nog bedacht hebt, en die Indische Tolk hebt meegenomen. Ik zie hem tenminste niet meer boven op Tilly’s schrijftafel liggen. Ik hoop dat jullie er nog veel nut en genoegen aan zult hebben, en hou me voor verdere gratis leveringen uit mijn voorraad aanbevolen.

 

Arnhem, 22-7-‘26

 

Mijn lieve Dee,

‘k Begin maar eerst met jou alleen wat te praten – o als dat schrijven toch niet bestond! wat een Öde! – want ik heb je zoo veel te zeggen. Jammer, dat de pen nooit zoo vlug gaat als de gedachte. Tot nog toe ontvang ik al je brieven en kaarten, en ’t waren er vele, dankje hoor!

Ook kwam gisteren uit Port Saïd ’t reçu v/d de tasch – wat nam je ’t ver mee! – zoodat ik er nu werk van kan maken, want ’t bewuste voorwerp laat zich nog steeds wachten. Nu kan ’t heel goed zijn, dat de douane-formaliteiten zoolang duren wat Mies me in een erg hartelijken, langen brief ook schreef, want aan de post bezorgd is-ie toch, anders had je geen reçu. Dit ontvangbewijsje heb ik nu maar naar ’t Ro gestuurd, om in Den Haag aan de post eens te informeeren, hoe te handelen. Ik zal nu verder maar weer eens rustig afwachten. ’t Zou erg jammer zijn, als de een of andere grensbeambte hem had ingepikt voor z’n fiancee. – Je laatste kaart was uit Suez, nu moet ik weer een heele tijd wachten, eer er iets uit Colombo komt.

Wat zielig, dat je blikvergiftiging hadt. Wees voortaan voorzichtig met wat er in je maag gaat, hoewel je er op reis natuurlijk niets aan kon doen. Gek, dat Mies en Julius ’t niet hadden. De boot en ’t weer vielen dus mee en met de pasßagiers trof je ’t ook nog al. Ik ben erg benieuwd naar de verdere ervaringen. De warmte in de Roode Zee was zeker niet prettig. Nu ben je over een week al bij Til en zult wel opzien, dat ze tòch in een eigen huis wonen. Alice heeft ’t goed met je voor; jullie zullen ’t samen heel prettig krijgen.

Leuk, dat je onderweg zooveel brieven en telegrammen hadt en dat de v. Leers meevielen. – Nu over ons. Toen wij je in den trein gebracht hadden dien 3den Juli, gingen we naar t. Free, die diep beleedigd was en erom schreide, dat we in Centraal en niet bij haar hadden gegeten. Dat was niet erg goed voor m’n zenuwen en ik antwoordde dan ook niet veel. Later trok ze bij en was, voor haar doen, een beminnelijke gastvrouw, maar ‘k ging toch gaarne den 12den naar de v.Bijl. straat, bleef daar slechts eenige dagen, omdat ’t op dat bovenhuis onhoudbaar heet en een logee voor de tantes ook wel druk was; ze zijn beiden erg op.

Tante Ro was heel blij met de ƒ10 van Alice voor haar verjaardag, ik gaf ze ook ƒ30 en ging Dond. naar Alkmaar, om den volg. dag, ’s avonds van den 16den met Pa weer hierheen te gaan. Pa had z’n lesßen en och, ik ben toch ’t liefste thuis, als ik ’t ergens anders niet hèel goed heb en niet absoluut vrij ben. M’n buurmeisje kwam direct bij me in functie, elken dag van 8 – 12. ’t Is een zacht, lief kind, dat weinig zegt en uitstekend werkt, zoodat ’t halve huis alweer een goede beurt had. Ik was er bijna nog niet uit: Arnhem trekt me niet. Het tuintje is aardig in orde gemaakt en nu zal ik me daar wat opschieten. ‘k Was wel dikwijls naar Scheveningen, daar vind ik ’t altijd heerlijk. Ook mee met een boottocht met 900 geheel-onthouders, aan wier hoofd oom M. (Meijer?*) , over de Kager en Brasemer plasßen met schitterend weer naar Boskoop. Tante Free schreef er een heel aardig stukje over.

En nu gaat ’t leven weer z’n gewone gangetje, zonder jou 2 of 3 maandelijkse bezoek en hunker ik maar naar en leef op de brieven, die al m’n kinderen me zoo geregeld sturen. Als je dezen krijgt, weet je allang, hoe je werkkring je bevalt. Ook jij, lieve Alice, moet je er nu weer inwerken. Moge ’t voor beiden meevallen en jullie bevrediging geven. Ik, die jullie ’t aanzijn gaf, voel me steeds verantwoordelijk voor jullie welzijn, vooral, omdat je beiden op mijn aanraden een loopbaan in Indië koost. Voor mij was dat een groot verlies, laat ’t dan voor jullie gewin zijn.

Verder heb ik voor vandaag niets meer te vertellen. Ik moet nog voor ons eenvoudig maal zorgen, aardapp.,groente, rijst & fruit.

Dag, lievelingen! ’t Ga jullie goed. Dat steeds te vernemen is ’t

is ’t eenige genot van jullie Moeder                                                                                        

                                                                                                     

Zeg Dèts, er werd nog steeds niet gedisponeerd over die bonbons, die verrukkelijk zijn. Hielden ze ’t van je salaris af? Als ’t soms als een cadeau is bedoeld, vergeet dan vooral niet, ervoor te bedanken.

 

*Toevoegingen van de schrijfster

Plaats een reactie