Familie Sassoon - de Leeuw

Korte geschiedenis van mijn moeder Esther de Leeuw-Sassoon.

Het begin:

Mijn grootouders zijn Mozes Sassoon en Waza Joseph, beiden afkomstig uit Bagdad, Irak.

Ze hebben elkaar leren kennen tijdens hun omzwervingen door Zuid-Oost Azië en zijn ergens in 1918 getrouwd in Penang, Maleisië.

Op 15 jarige leeftijd, in 1910, is opa “platzak” in Basra, Irak als verstekeling aan boord van een schip gegaan. Hij stond bekend als een goed zwemmer en het verhaal gaat dat hij van de boot is gesprongen of geduwd en dat hij zwemmend de kust van Birma heeft bereikt.

In 1920 heeft opa toestemming gekregen om zich te vestigen in Bogor, Midden-Java; kort daarop verhuisde men naar Soerabaja.

Het zou zomaar kunnen zijn dat ze op zoek waren naar verwanten. Zo is er sprake van de aanwezigheid van drie broers, een zus en van zijn schoonvader in Soerabaja :

  • Jack Sassoon X Hilda Mussry
  • Varga Sassoon X Salim ?
  • Benjamin Sassoon X Rachel ?
  • Naim Sassoon X ? 

Met zijn broer Benjamin heeft mijn opa een suikerwaren fabriek gehad in Malang.

Het Bataaviasch Nieuwsblad, van 12 augustus 1913, meldt op pagina 6 bovenaan:

Een groote Ramp voorkomen.—Donderdagavond om kwart voor elf uur ontstond plotseling een begin van brand in de werkplaats van den Chineeschen meubelmaker Sien Sing Liong op Passer Besar te Soerabaja. In een ommezien stond het achtererf, waar een groote massa planken en krullen lagen, in lichte laaie. Als vurige tongen lekten de vlammen om zich heen en opdat oogenblik scheen het alsof geheel Passer Besar een prooi der vlammen zou worden. Gelukkig evenwel hadden de Chineezen zich nog niet ter ruste begeven en met vereende krachten trachtte men het vuur te blusschen. Balken en planken, half en bijna geheel afgewerkte meubels en krullen werden uit elkaar gerukt. De Chineezen vlogen letterlijk in het vuur. Uit een op het erf staanden put werd water gehaald en met emmers vol over de brandende massa gegoten. Inmiddels maakten de buren alarm en deed het brandsignaal zich hooren. Van de belendende huizen kwam hulp. Weldra stonden op het achtererf van Sien Sing Liong een veertig man den brand te blusschen. Een groote uitkomst mag het heeten dat de put, ondanks de langdurige droogte, volop water bevatte. De vruchtenhandelaar Sassoon telefoneerde de politie en deze op haar beurt de brandweer. Ruim een kwartier nadat de brand was ontdekt, bevond zich reeds een groote politiemacht op Passer Besar. Kort daarop kwam de eerste brandspuit aanrijden. Het was natuurlijk niet meer noodig dat de zein actie kwam. De bewoners van Passer Besar mogen hun gelukkig gesternte wel prijzen, zegt het Sb. Nbl. dat het brandje geen brand is geworden en zij voor een reuzenramp zijn bewaard gebleven. Ware de meubelfabriek in vlammen opgegaan, dan zou vermoedelijk den geheel Passer Besar, van af het gebouw van I'Auto tot de apotheek de Salamander, èn het vlak daarachter liggende complex gebouwen op Kramat Gantoeng door het vuur zijn vernield. En daar deze gebouwen alle geocupeerd zijn door tokohouders en handelaren zou de schade enorm geweest zijn.

Gezinssamenstelling:

Op 11 juni 1926 wordt mijn moeder Esther geboren in een gezin wat dan bestaat uit vier broers en twee zussen waarvan de oudste de jullie welbekende Regina is.

Na mijn moeder worden nog drie zussen en twee broers geboren. Het gezin woonde in Pesar Besar, temidden van andere Iraakse joodse families, o.a. de familie Mussry, de familie Aslan, de familie familie Elias, de famiie Mizrachi, de familie Reuben. Het joodse leven bloeit en de joden van Bagdad bouwen zelf hun synagoge aan Boeboetan.

Handel & zaken:

Volgens mijn moeder deed “iedereen “ van de Irakezen in fruit en opa heeft zeker een voorbeeld gehad. Opa was importeur van luxe fruit en had hij een zaak aan de Pesar Besar nr. 47, die ook voorzag in fruit “buiten het seizoen”, fruit wat niet in het land zelf te krijgen was en die “half Java” als klant had. Fruit van mindere kwaliteit werd door oma verkocht aan koopmannen uit Maduro. Ook mijn moeder hielp als jong meisje flink mee in de winkel.

Oorlog en internering:

Bij de bezetting van de Japanners werd opa als eerste opgepakt en overgebracht naar de geheime politie, de Kempetai. Na zijn vrijlating werd mijn opa met zijn zonen gedeporteerd naar Tjimahi. Mijn moeder werd met haar moeder, zusters en een ''ongelukkig'' broertje overgebracht naar de Werfstraat gevangenis; vandaar uit werden ze gedeporteerd naar Tangeran, vandaar uit naar Grogol en uiteindelijk naar Tjideng. De jongste broer van mijn moeder was tot aan zijn dertiende ook bij hun in het kamp; daarna werd ook hij doorgestuurd naar Tjimahi. Mijn oma en het “ongelukkige” broertje van mijn moeder werden van uit Tangerang eerst nog naar Kramat gestuurd en daarna naar Grogol.

In Tjideng kamp is een zus van moeder bezweken aan de ontberingen. Zij werd begraven op een algemene begraafplaats bij Jakarta en later herbegraven op de joodse begraafplaats van Soerabaja.

Bevrijding en terugkeer:

Op of omstreeks 15 augustus 1945 gaven de Japanners zich over en brak er een zeer roerige tijd aan.

Pas na de Bersiapperiode, ongeveer voorjaar 1946 kon de familie huiswaarts keren. De zaak was weg, “overgenomen” door een Chinese meubelmaker.

Een wat wrange bijkomstigheid is het feit dat de vruchtenhandelaar Sassoon nog in 1913 een grote ramp bij de Chinese meubelmakers heeft weten te voorkomen. Op zoek naar woonruimte heeft de familie een huis gekraakt in de Sumatrastraat nr. 18 en als snel werd de "halve" Sumatrastraat en omgeving bevolkt door terug gekeerde Iraakse joden.

De handel in fruit werd niet meer hervat. Daarentegen opende opa als snel een goed lopende horlogezaak aan Tundjungkan nr. 19

Politionele acties:

Op 1 oktober 1948 wordt in Maastricht het 5-6 regiment infanterie opgericht. Dat is een onderdeel van de E-Divisie “Drietand”. Mijn vader, Maurits de Leeuw (Beek, 6 mei 1925) meldt zich hier aan en gaat op 31 januari 1948 aan bood van de "Nieuw Holland" en komt op 5 maart aan in Semarang.

De bijnaam van dit bataljon was De Zwarte Panters.

Het bataljon was gevormd uit dienstplichtigen van de lichting '47. Na aankomst te Semarang werd het overgebracht naar Pekalongan en ondergebracht bij 2-4 RI en 4-6 RI om te worden ingewerkt. Begin mei 1948 nam het bataljon het vak over van 2-4 RI met o.a. posten te Pekandjangan, Kadjen, Plelen en Soebah. Vanaf september nam de onrust toe en voerde het bataljon met 4-6 RI acties uit naar o.a. Belik en Kadjen waar een belangrijke TNI organisatie werd uitgeschakeld. Ook werd er een vooruitgeschoven post gelegerd in Lebakbarang. Na 15 december werd het bataljon geconcentreerd te Pekandjangan en Kedoengwoendi.

Tijdens de tweede politionele actie volgde het bataljon op 20 december 1948 de T-Brigade tot Kartasoera. Hierna splitste de colonne zich en bezette het op 21 december samen met 4-9 RI Solo, waarna de stad werd doorzocht en gezuiverd. Na enkele dagen werd ook de omgeving gezuiverd. Intussen had 4-9 RI de stad verlaten en had het bataljon de zorg voor geheel Solo. Ook werd het bataljon ingezet bij 4-9 RI te Klaten (2e cie) en bij de opmars van Inf.I.KNIL naar Wonogiri/ Patjitan (3e cie). Op 25 januari 1949 nam het bataljon Wonogiri/Patjitan over van Inf.I.KNIL met o.a. posten te Wonogiri, Djatisrono, Batoeretno en Betal.

Na een rustig begin namen eind februari de hinderlagen, mineringen en beschietingen door de TNI fors toe. Nadat in maart troepen aan het bataljon waren onttrokken voor deelname aan de acties bij Wonosari (T-Brig) en Biting (A-Div), voerde de TNI enkele felle aanvallen uit op de verzwakte posten. Na terugkeer van de troepen voerde het bataljon een zuivering uit naar Tirtomojo waarbij de TNI aanzienlijk werd verzwakt maar niet uitgeschakeld. Medio april was de TNI de klap weer te boven en namen de beschietingen toe. Vooral de beveiliging van de wegen vroeg veel inzet zodat het bataljon geen mogelijkheid kreeg om het zijterrein goed te zuiveren. Eind maart kreeg het bataljon versterking van 4-5 GRGr. Op 14 juni werd deze cie. die in Djatisrono een zeer moeilijke tijd had afgelost en verdeeld. Na het "cease fire" op 11 augustus keerde de rust terug. Op 20 oktober was het Regentschap Wonogiri overgedragen aan de TNI, en werd het bataljon gelegerd bij Blora, Rembang en Tjepoe. De 2e en 3e cie bleven tot 13 november te Solo. Op 16 december werd het bataljon overgebracht naar Soerabaja en belandde eind januari 1950 in Malang. In april vertrok het bataljon naar Batavia om te repatriëren.    

De ontmoeting:

In zijn “vrije tijd” ging mijn vader af en toe naar de sociëteit van de marine in Soerabaja. Daar leerde hij mijn moeder kennen en speelden ze spelletjes tafeltennis.

Ze zagen elkaar niet zoveel maar ze bleven met elkaar corresponderen.

Op 18 april 1950 ging mijn vader aan boord van de “Zuiderkruis” en kwam op 9 mei 1950 aan in Nederland. 

Het weerzien:                                

Ook mijn moeder vertrok in 1950 in gezelschap van twee broers naar Nederland; met de boot naar Marseille; de voorzitter van de joodse gemeente van Soerabaja, de heer Ehrenpreis is speciaal naar de boot gekomen om mijn moeder een speciale zegen te geven. Vanuit Marseille met de trein naar Amsterdam, waar ze werd op gewacht door mijn vader. Mijn moeder verbleef eerst in een hotel en later in huur kamers/ pensions.

Ze kreeg van opa een maandelijkse toelage die ze kon ophalen bij de handelsmaatschappij Lethem Bros & Mellim N.V., Nieuwe Zijdsvoorburgwal nr. 48, waarmee opa Sassoon zaken deed.

In Amsterdam was inmiddels ook de familie Aslan aangekomen met wie ze veel contact had. Ze werd vaste bezoekster van de Portugese synagoge.

Mijn vader woonde inmiddels in Utrecht op kamers en ze bleven elkaar regelmatig zien. 

 Verloven & trouwen:

De verloving vond plaats in ouderlijk huis van mijn vader aan de Bourgognestraat nr. 4 in Beek. Mijn moeder was erg zenuwachtig om haar aanstaande schoonouders te ontmoeten maar ze wist zich in gezelschap van een paar Iraakse vrienden.

Op 17 april 1951 zijn mijn ouders getrouwd in de Portugese Synagoge.

Na op een aantal adressen in Soest gewoond te hebben werd in 1955 een huis gevonden in Baarn.

Toekomst en gezin.

De twee werelden van mijn ouders, beiden met hun eigen oorlogservaringen van onderduik en kamp, hebben zich weten te verenigen tot een harmonieus geheel.

Met een gezin van uiteindelijk vier kinderen werd er hard gewerkt aan de toekomst.

De achtergrond van mijn ouders spreekt tot de verbeelding en ik ben er dan ook trots op een kind van hun te zijn.

Louis M. De Leeuw

Reacties

  • Gabor Sjak-Shie

    Geplaatst in .

    Beste mevrouw,

    Ik ben op zoek naar informatie over mijn grootmoeder Anne Gaby Sassoon. Zij was getrouwd met Ezekiel (plotseling vermist) en komen beiden uit Surabaya.
    Zij zijn verhuist naar Bandung (tjimahi) en is na de oorlog met haar kinderen waaronder mijn vader Robert Ezekiel naar Nederland gekomen.

    Mijn vader kan me niets vertellen en ben erg geïnteresseerd in mijn achtergrond. Kunt u mij hier bij helpen?
    Met vriendelijke groet
    Gabor Sjak-Shie

  • Wil Brasse

    Geplaatst in .

    Ik ben op zoek naar informatie over en naaste verwanten van het gezin Colthof-Wolf te Sittard, i.v.m. het Stolpersteine project. Hun dochter Rozina was een nicht van Johanna Meier, de moeder van Maurits de Leeuw. Ik hoop dat de auteur van bovenstaand artikel contact met me kan opnemen als hij bekend is met of geïnteresseerd in dit gezin.
    Vriendelijke groet, Wil Brassé, Sittard

  • Freek Garretsen

    Geplaatst in .

    Met belangstelling heb ik de door u geschetste levensloop van uw ouders gelezen. Vele jaren heb ik met uw vader bij Roba samengewerkt. Hij zorgde er op een onmiskenbare wijze voor, dat de rekeningen tijdig werden betaald. Ik herinner mij de partijtjes tafeltennis met hem in de kantine en het met elkaar delen van de Telegraaf in de middagpauzes. Ook uw moeder heb ik tijdens de jubileumreizen van Roba meerdere malen ontmoet. Aan Maurits bewaar ik de beste herinneringen ! Met vriendelijke groet, Freek Garretsen, Druten.

  • Erwin Mols

    Geplaatst in .

    Goedemiddag Esther,

    Ik heb net met bewondering de levensloop van je ouders en grootouders zitten lezen.
    Ik zit veel in Surabaya en probeer momenteel uit te zoeken welke families waar hebben gewoond in de stad en ben opzoek naar nabestaanden van hen.
    Aan het begin van mijn zoektocht stond ik nog niet stil bij het emotionele aspect maar door het lezen van jou verhaal en die van anderen besef ik dit nu des te meer.
    Ik zou daarom graag in contact willen komen met zoveel mogelijk mensen die alles op hebben moeten geven en gedeporteerd zijn naar kampen door de Japanners.
    Over het waarom leg ik graag uit in een gesprek of verder mailverkeer.

    Met vriendelijke groet,

    Erwin Mols

  • Barbara de Groot

    Geplaatst in .

    Beste Erwin,

    Al een aantal jaren ben ik bezig met de stamboom van mijn moeder L.H. De Groot- Jaspers. Tot nu toe ben ik gestrand bij mijn grootmoeder, Sophie van Beek, erkend in Loemadjang.
    Nu wil ik de trouwakte van mijn oma achterhalen, deze zou in Surabaya liggen, volgens een medewerker van het stadhuis in Bondowoso.
    Mijn oma is met de heer H. Jaspers gehuwd in Bondowoso in 1912.
    Volgend jaar ga ik weer naar Indonesië en wil dit keer naar Surabaya om de trouwakte van mijn grootouders te achterhalen. Ik zou alleen graag willen weten bij welk stadhuis ik dan moet zijn in Surabaya. Dat scheelt een zoektocht. Nu begrijp ik dat u vaak in Surabaya verblijft en waarschijnlijk mijn vraag wel kunt beantwoorden.
    Dank alvast.
    Met vriendelijke groeten,
    Barbara de Groot

  • sharon sassoon

    Geplaatst in .

    Een bericht aan louis de leeuw
    Dat jullie Moos Sassoon zijn vergeten
    Hij is jullie neef
    Wij hielden heel veel van tante Esther

  • Odalys

    Geplaatst in .

    Met veel dank voor alle informatie en berichten op deze site, doe ik een oproep aan Louis De Leeuw Sassoon en anderen die wellicht informatie hebben over mijn grootmoeder Helena Abraham - Elais, getrouwd met Robert Arthur Peeters. Zij was in Tangerang en later in Adek met haar kinderen Marcus, Moses en Addy. De oudere zoons waren vermoedelijk in het mannenkamp Tjimahi. Ik heb nagenoeg geen informatie over deze periode en heb mijn grootmoeder nooit gekend, zij overleed is 1946 en mijn inmiddels overleden vader had als gevolg van CPTSD geen herinnering aan haar. Ik zou heel graag willen weten of iemand mij meer over haar kan vertellen.
    Met veel dank voor alle bijdragen.

Plaats een reactie